voor nieuwe vormen van wonen, zorg en ondersteuning

practice

In de praktijk - Volg hieronder de ontwikkelingen van verschillende projecten die zich richten op toekomstbestendige wijken en nieuwe vormen van wonen en zorg.

 

blog

‘Gevoelde urgentie als krachtige motor om zaken in beweging te krijgen’

/files/blg/00097/Alkemade09102018001.jpg

Rijksbouwmeester Floris Alkemade stond aan de wieg van de prijsvraag WHO CARES. Het was geen enkelvoudige ontwerpprijsvraag maar een breed opgezet ontwerpend onderzoek met vele partijen, dimensies, in de zorg, het wonen en de wijken. Hij blikt terug en vooruit. Het loont om radicaal te zijn, concludeert hij. ‘Het maakt het leven niet eenvoudiger, maar juist in de worsteling schuilt de vernieuwing’. Ook in tijden van corona.

‘Met de prijsvragen brengen we ontwerpers in contact met domeinen waarbinnen ze niet vanzelfsprekend opereren. De hoofdvraag is telkens: Hoe kun je door de architectonische manier van nadenken, dus met de combinatie van kennis en ontwerpkracht zaken veranderen, die nu onnodig vastlopen ook, en in dit geval juist, buiten het directe domein van de architectuur? Bij zo’n onderzoek als bij Who Cares willen we echt doorgronden hoe het zorgsysteem verbeterd kan worden door de ruimtelijke ontwerpvragen aan de sociaal-maatschappelijke vragen te koppelen maar dat kan alleen zinvol zijn als je in staat bent dan de mogelijkheden van het hele zorgsysteem in je overwegingen mee te nemen.

Die systeemverbetering willen we testen en tonen door het realiseren van daadwerkelijke projecten. Ik heb naar de ontwerpers telkens benadrukt dat er radicaliteit nodig is. We zien het zorgsysteem op zoveel manieren tegen zijn grenzen aanlopen dat het duidelijk is dat vernieuwing gezocht moet worden. Dat maakt het pad meteen vele malen lastiger. Daar waar je verandering zoekt, loop je bijna per definitie ook tegen barrières aan.
‘De worsteling van de teams is juist de essentie. Daar gaat vernieuwing over. Doorgaan waar je voelt dat het lastig wordt. Ik kom zo vaak mensen tegen die zeggen: eigenlijk zou dit moeten gebeuren, maar. …. We proberen zaken zo te herorganiseren dat er ruimte ontstaat om wel degelijk te doen wat er eigenlijk zou moeten gebeuren. Dat is deels ook een echte ontwerpvraag.

WHO CARES is dan ook een poging om in het domein van zorg en wonen te doen wat wel logisch en slim is. De juiste waarden naar boven brengen is van groot belang, zeker in een wereld als de zorg die zo is vervat in regels, systemen en onmogelijkheden. Iedereen lijkt wel bezig met oplossen van zaken die niet de hoofdzaak zijn.

Wat vindt u van het resultaat na twee jaar Community of Practice?

‘Het doorontwikkelen van de winnende plannen levert meer op dan ik verwacht had. Ik had het idee dat we de lat zo hoog hadden gelegd, dat daadwerkelijke realisatie niet onmogelijk maar wel uitzonderlijk zou zijn. Dat dit nu toch vaak lukt, is een groot compliment aan de teams. De voorbeeldwerking die nu uit de concrete projecten zal gaan is natuurlijk fantastisch. De opbrengst van WHO CARES moet daarnaast ook nadrukkelijk worden gezocht in projecten die niet gerealiseerd worden. Waarom passen projecten die zo aansprekend en gewenst zijn niet in onze gewone wereld, welk systeem sluit dit soort ontwikkelingen uit? Die inzichten zijn net zo waardevol. De essentie is om bewust te worden hoe groot de opgave is die we hier met elkaar oppakken.’

En toen dook het coronavirus op

‘Het gemak waarmee gezegd wordt dat wij als samenleving verder moeten en dat ouderen dus maar langer binnen moeten blijven… Wat een meervoudige wreedheid spreekt hieruit. Het is een blijk van onvermogen om je in te leven in deze mensen. Ze letterlijk buiten de maatschappij plaatsen, hun lot als minder belangrijk zien. Zo veel maatregelen die op dit moment worden aangekondigd gaan over het druktebeeld in winkelstraten. Alsof het een groot probleem is dat je wat minder vaak kunt winkelen. Het probleem van corona is niet drukte, het is juist stilte. Eenzaamheid.’

Wordt er te veel in regels gedacht?

‘Ook de beste bedoelingen worden ondergeschikt gemaakt aan de logica van regelgeving. Daar kun je niet aan ontsnappen. Maar tegelijkertijd moet je studeren op de vraag: hoe voorkom je dat? Alsof alle regels vanuit wantrouwen opgesteld zijn terwijl het domein van de zorg alleen vanuit vertrouwen kan opereren. Een spagaat die tot veel verspilling van tijd, geld en aandacht leidt.

Het ontwerpen van regelgeving is ook een creatief proces, waar veel meer empathie moet zijn ingebouwd. Het gaat hier om een cultuur van zorg. De zorg moet niet door boekhouders maar door zorgverleners worden gestuurd. Overigens is dit geen pleidooi om alle regels af te schaffen. Het gaat er niet per se om dat het systeem anders moet, maar hoe je anders moet omgaan met het systeem. Gelukkig zijn er in de zorg verschillende groepen die op deze manier denken.

Werk preventief

Veel van het zorgdenken is geïnspireerd vanuit de gedachtegang dat pas als er problemen ontstaan je over de nodige zorg gaat nadenken. Wat WHO CARES beoogt is om preventief te werken. Met de juiste ingrepen in de ruimtelijke ordening kun je ook een belangrijke bijdrage leveren om zorg te voorkomen of te vertragen. Daar is de grootste winst te behalen. Als je aan de zorg toe bent, ben je al bijna te laat.
Er begint op dit punt gelukkig een nieuwe gevoeligheid te ontstaan. Men vraagt zich af waar we gaan bouwen, met welk type woningen en hoe dat reageert op demografische veranderingen. Maar als ik zie hoe er over de woningbouwopgave wordt gedacht en gepraat, zijn we er nog lang niet. Het moet zo snel mogelijk en zo veel mogelijk, de noodzakelijke vernieuwing wordt meer als een belemmering gezien dan als de weg voorwaarts. Wat mij betreft moeten we het niet alleen hebben over het toevoegen van woningen, maar vooral over de 7,8 miljoen bestaande woningen in Nederland.

Het verleden wijst uit dat grote veranderingen in de stedenbouw samenhangen met gezondheidsvraagstukken. Hoe kijkt u naar de toekomst in het licht van corona?

Eén van de positieve bijeffecten van corona is dat er meer wordt nagedacht over lokale samenhang. Wonen en zorg, wonen en (thuis) werken: het hangt veel meer met elkaar samen dan mensen dachten. Het is nog te vroeg om te voorspellen wat het teweeg brengt. Maar als de crisis wat langer duurt, dan worden veel meer functies nadrukkelijker onderdeel van de directe woonomgeving. Zeker nu we ons stedelijk moderne leven moeten samenballen in onze woning, merk je hoe belangrijk het is om buiten te zijn en echt contact te hebben. Dat kan van oudsher in de openbare ruimtes. Hoe meer we in de online-wereld geduwd worden, hoe belangrijker de openbare ruimte wordt. Ook dit is een ontwerpvraag. Ik vind het Lange Voorhout een prachtig voorbeeld. Geen winkels, maar wel een perfect ingerichte ruimte.

De 1,5 meter waar het nu steeds over gaat, wijst er al op dat het ook een ruimtelijke vraag is. Het is erg goed nieuws dat er overal ter wereld meer ruimte wordt gemaakt voor fiets en voetganger. Een prachtige no-regret maatregel. Je kunt ook denken aan betere verbindingen tussen stad en buitengebied, zodat mensen sneller en makkelijk de natuur in kunnen gaan. Ook daar snijdt het mes aan meerdere kanten. Meer natuur werkt goed tegen hittestress, het helpt bij het vasthouden van water en het zorgt voor meer ontmoetingsplekken die ook voor de 1,5 meter geschikt zijn. Ook hierbij gaat het weer om het doordenken van ketens. De motor van de urgentie helpt om zaken in beweging te krijgen. Laten we dat wat we moeten doen, altijd in het licht zien van dat wat we eigenlijk willen doen.


Interview: Rutger Oolbekkink en Jasper Klapwijk
Tekst: Marijke Bovens